Werkboek Gebruikersparticipatie

Werkboek Gebruikersparticipatie

Werkboek Gebruikersparticipatie

Het werkboek gebruikersparticipatie biedt goede voorbeelden op de zes participatieniveaus wilt de lezer veel 'goesting' doen krijgen om zelf actief aan de slag te gaan rond participatie. We hoorden ook nog veel vragen over en bedenkingen bij het actief van start gaan met gebruikersparticipatie. We willen daarom de dialoog online voortzetten op de blog met alle bezoekers van deze website. Er staan blog-berichten op elk participatieniveau.

de derde trede

AdviserenPosted by Tine Vandelacluze Thu, February 06, 2014 10:20:20

Op de derde trede van de participatieladder bevindt zich het adviseren. Hier stelt de zorgverlener nog wel de agenda samen, maar kunnen ook de gebruikers hun problemen aandragen en oplossingen formuleren. De zorgverlener houdt rekening met de mening en de voorstellen van de cliënt, maar kan bij de uiteindelijke besluitvorming hiervan wel (beargumenteerd) afwijken. Op dit niveau vind je vooral de reguliere vormen van gebruikersparticipatie zoals bewonersvergaderingen, gebruikersraden, adviesraden en overlegplatforms, waar er een meer structurele wisselwerking is tussen zorgverleners/beleidsmensen en de gebruiker. Een gemeenschappelijk kenmerk van deze vergaderingen is dat er met de zorgverleners/beleidsmensen in dialoog kan gegaan worden over de wensen, behoeften en verwachtingen van een specifieke groep mensen en dat ze zo op die manier de collectieve belangenbehartiging van deze groep waarborgen. Deze over het algemeen formele vormen van gebruikersparticipatie veronderstellen dat zowel de ‘leiders van het overleg’ als de deelnemers (de gebruikers) over de nodige vaardigheden beschikken om deze vormen van participatie succesvol uit te voeren. Dit betekent dat extra ondersteuning en vorming over onder andere gespreksvaardigheden en vergadertechnieken, zowel voor de leiders als de deelnemers, vaak aangewezen zijn. Indien de gebruikers immers niet voorbereid en ondersteund worden in hun rol en taken tijdens deze overlegmomenten, is het gevaar bijzonder groot dat ze enkel passief aanwezig zijn. Zorgverleners of beleidsmensen, die deze overlegmomenten leiden en geconfronteerd worden met deze passieve gebruikers, kunnen deze passiviteit negeren en overtuigd zijn dat de gebruikers toch participeren, hoewel er dan sprake is van schijnparticipatie. De kans is ook reëel dat de zorgverleners of beleidsmensen besluiten dat hun doelgroep ‘niet in staat is om mee te adviseren’, waardoor deze overlegmomenten uitdoven en verdwijnen en dit niveau van participatie niet meer nagestreefd wordt. Het is dan ook belangrijk dat zorgverleners/beleidsmensen over de nodige vaardigheden beschikken om alle deelnemers aan het overleg maximaal te laten participeren.

  • Comments(0)//werkboek.gebruikersparticipatie.be/#post5